Shit Happens! (35)

Bijgewerkt op: 1 dec. 2019

Het Denkraam


Aflevering 35 van mijn blog over een zoektocht naar herstel zoals ik dit heb ervaren in 2004/2005.


Al blijf ik moeite houden met de aanwezigheid de Hogere Macht in het AA- programma en de striktheid in de toepassing van de twaalf stappen door sommige therapeuten en lotgenoten, toch geef ik de behandeling voorlopig het voordeel van de twijfel. Ik besluit het op mijn eigen manier toe te gaan passen. Dan maar zonder God en zonder me voortdurend te ergeren aan de alom aanwezige Farizeeërs die het beter weten. Het gaat om mijn eigen herstel. En ik besef me dat ik me lange tijd vooral heb laten afleiden door de omstandigheden en wat er om me heen allemaal gebeurde. Hierdoor ben ik maar weinig opgeschoten. Voor het eerst is het me duidelijk dat ik aan een ziekte lijd, niet een tekortkoming of een slechte eigenschap maar een chronische en dodelijke aandoening. Dat komt aan en brengt me bij de les. Iets meer dan de helft van de mensen om mij heen zal het uiteindelijk redden is de prognose, de rest zal binnen een jaar of drie, vier dood zijn. Een confronterende gedachte Het is hier een soort Big Brother huis, een reallifesoap waarin de afvallers uiteindelijk echt het loodje leggen. De ultieme natte droom van televisieproducenten als John de Mol en consorten. Hier krijg ik voor het eerst ook een helder beeld van wat alcohol met me gedaan heeft de afgelopen jaren en wat voor mens ik daardoor ben geworden. Alles wat ik eigenlijk al wist wordt hier netjes verklaard, in hapklare brokken op een rij gezet voor me. Eindelijk krijg ik zelf een goed en compleet beeld van wat er met me aan de hand is. Eindelijk word ik stap voor stap door een voor mij in eerste instantie, onoverzichtelijk en ingewikkeld vraagstuk wordt geleid. Zo simpel kan het dus zijn.



Door de ontkenning van anderen, het ontwijken van het probleem, zie ik nu ook mijn eigen ontkenning. Dat wordt navrant duidelijk bij een groepsgenoot die niet alleen verslaafd is aan alcohol maar ook pathologisch gokt. Hij heet John, zoals vele Schotten trouwens, John wil toegeven dat hij een probleem met alcohol heeft maar het gokken is voor hem een heel andere kwestie. Met gokken heeft hij ooit in het casino 400.000 pond gewonnen. Dat bedrag heeft hij uiteindelijk in zijn geheel weer vergokt en hij heeft inmiddels ook al schulden gemaakt waardoor hij een extra hypotheek op zijn huis heeft moeten nemen. John houdt hardnekkig vol dat hij uiteindelijk, per saldo niet zoveel heeft verloren want hij mag door die eerdere winst het grootste deel van het verlies, uiteindelijk ruim een half miljoen, toch wegstrepen? Los van dat is zijn huis de laatste tijd meer waard geworden, dat is toch ook gewonnen geld? Het is de logica van een gokker, zo wordt mij duidelijk. Zes weken is niet genoeg voor de therapeuten en zijn groepsleden om ook maar een klein gaatje in zijn verdediging te schieten. Hij wil wel stoppen met drinken maar gokken blijft zijn ding. Dit doet me beseffen dat ikzelf ook altijd zal verliezen als ik weer toegeef aan mijn verslaving. Net als John ben ik geneigd recht te praten wat krom is. Want waarom zou ik nog wijn in huis willen hebben als het me aan de rand van de afgrond heeft gebracht? Voor het bezoek? En waarom zou ik nog naar een café of kroeg willen gaan? Waarom zou ik na verloop van tijd toch weer een glas wijn willen proberen? Hoe groot is de kans dat ik het verlies en weer de controle kwijtraak? Waarom nog risico’s nemen terwijl ik hier goed kan zien hoe de toekomst er uit zal zien?  Mijn eigen logica is feitelijk net zo bizar als die van John.


Lange tijd met een groep intensief samenzijn, werkt zo voor mij beter dan wat ik eerder bij mijn behandelingen in Nederland voorgeschoteld heb gekregen. Hier heb ik nog geen onpeilbare of zorgelijk kijkende psycholoog of psychiater gezien. De band die ik met Richard heb, mijn therapeut of counselor, is er een van gelijkwaardigheid en wederzijds respect, authentiek en niet gespeeld of gemaakt. Daar ben ik erg gevoelig voor.


Tijdens mijn verblijf hier komt er ook een medewerker van de Jellinek kliniek uit Amsterdam op bezoek. Hij vertelt ons een week mee te gaan lopen met de behandelaren. Hij wil ervaring op doen over de manier van behandeling hier op het Kasteel. Een mooi initiatief zo lijkt ons. Een dag later blijkt hij opmerkelijk genoeg alweer te zijn verdwenen. We begrijpen dat hij is weggestuurd omdat hij een joint rookte op het terrein. Dit toont goed de kloof tussen het verschil in visie op verslaving tussen twee instellingen.  Het is ook wel goed om hierbij te vermelden dat in 2005, het jaar waarin dat dit verhaal zich afspeelt, cannabis door zowel het Trimbos Instituut als de Jellinek, tegen de stroom van internationale onderzoeken in, als niet -lichamelijk- verslavend, dus redelijk onschuldig, werd beschouwd. Dat zouden ze ook nog lang volhouden, zeker tot 2010. Het kan verkeren.


Ik voel me nu al zoveel beter dat ik eigenlijk vind dat ik wel weer naar huis zou kunnen. Al na vier weken heb ik een punt bereikt waarop ik voel dat ik de confrontatie met de wereld en werkelijkheid weer aan zou kunnen. Ongemerkt heeft het programma en de behandeling toch effect op mij gehad. Er is iets met me gebeurd, iets wat ik vooraf niet voor mogelijk had gehouden. Als ik op een zaterdagmiddag weer mag winkelen in het dorpje vlakbij, merk ik dat ik niet meer zo nodig hoef, ik ben niet meer gepreoccupeerd met alcohol. Ik kan gewoon gezellig winkelen, cadeautjes voor mijn kinderen uitzoeken om mee te nemen voor als ik weer terugga naar huis. Ik voel geen drang om een pub of een supermarkt binnen te stappen, een echte dubbele espresso volstaat. Ik krijg weer zin om naar huis te gaan.  Wanneer ik dit zo aan Richard voorleg moet hij erg lachen. Het is voor hem zeer herkenbaar en schijnt vaak voor te komen. Een paar weken nuchterheid geeft je weer wat helderheid waardoor je zaken in perspectief kan zien. Dan denk je dat je het verder zelf wel weer kan redden. Niets is minder waar. Volgens Richard is dit nu pas het begin, aan vergezichten heb je niets. Nu wordt het tijd om stappen te maken en echt aan mijn herstel te gaan werken. En waarom zou ik nu stoppen met de behandeling, juist nu het beter met me gaat? Waarom niet doorgaan en kijken of het nog beter kan worden, of ik één en ander kan bestendigen. Ik realiseer me dat mijn euforie tijdelijk kan zijn en weet ook dat thuis, behalve mijn kinderen niemand op mij en mijn boodschap zit te wachten. Hoe vaak heb ik al niet gemeld dat het nu toch echt de laatste keer is geweest?  Toch zegt iets in me dat het deze keer goed zit. Maar ik besluit het advies van Richard te volgen en neem me voor de tijd die me nog rest zoveel mogelijk te benutten. Volgens hem moet ik in ieder geval nog leren al het negatieve, zaken die me opwinden, waar ik met boos over maak, zoveel mogelijk links te laten liggen en me vooral gaan richten op zaken die me gaan helpen. Dat wordt naast wat literatuur met een uitleg van stap 4 van het programma de opdracht die hij me deze keer meegeeft.


In de week waarin ik aan deze nieuwe opdracht begin wordt onze groep weer aangevuld, ditmaal met een aantal jonge mensen. Een tweetal Britse meisjes en één Nederlandse knaap, een zoon van een succesvolle Amsterdamse ondernemer; Armani, sportschool, Bloemendaal en “cocaïne and no brain” zijn de steekwoorden die op hem van toepassing lijken te zijn. Een van de meisjes blijkt hier te zijn afgezet door haar puissant rijke, Bentley rijdende, ouders.  Voor alle drie blijkt het tot mijn verbazing niet hun eerste opname te zijn hier. Ik ontwaar een brede grijns op het gezicht van onze hoofdtherapeut, “kolonel Bob”, als hij ze bij binnenkomst begroet. Alsof hij ze altijd al had terugverwacht. Vooral de Nederlandse aanvulling blijkt een bijzonder karakter te zijn. Om de paar uur verschijnt hij in een nieuwe modieuze PC Hooft outfit, daarbij steevast een verse Cubaanse Havannasigaar in het hoofd gestoken. Ouder dan 22 zal hij niet zijn. Vanaf zijn binnenkomst is er nu opeens ook onrust in onze groep. Wanneer hij niet genoeg aandacht krijgt, zorgt hij voor een opstootje of plaatst hij op slinkse wijze een ander groepslid in een kwaad daglicht. Even denken we zelfs met z’n allen dat hij hier door het behandelteam met opzet is geplaatst om ons te ontregelen.  Met de aanwijzing van Richard in gedachten probeer ik dit nu met wat meer afstand, belangstelling en compassie te bekijken. Waar ik hem vroeger genadeloos zou hebben af geserveerd en gekleineerd, kijk ik het nu allemaal aan. Het is een uitdaging, een beproeving voor me, om hem gewoon in zijn waarde te laten. Ik merk ook, met tegenzin, dat hij feitelijk een uitvergrote versie van mezelf is. Door te manipuleren, te intrigeren en mensen tegen elkaar uit te spelen, richt hij de focus op een ander en blijft hij zelf ongrijpbaar.  Ik krijg na een tijdje ook met hem te doen. Ook al is het een behoorlijke uitdaging om met hem om te gaan, hij zit zichzelf nog veel meer in de weg.  Ik realiseer me dat het voor al die jonge mensen veel moeilijker zal zijn om afscheid te nemen van hun middel. Zij zitten nog in een omgeving waarbij het belangrijk is om bij een groep te horen. Die groep oordeelt sterker en harder, binnen die groep hoort drinken en snuiven er gewoon bij. Het is de norm, maar zij kunnen dat niet meer. Vreselijk moet dat zijn. Ikzelf heb ook gemakkelijk praten vind ik want ik heb meer dan dertig jaar gewoon kunnen doen waar ik zin in had. Zij zullen het, begin twintig zijn ze, nu al moeten opgeven. Dat is een onafzienbare periode voor hen, zo merk ik, je hele leven niet meer drinken of drugs gebruiken. Aan de andere kant, hier zijn een paar jonge mensen die zich nergens zorgen over hoeven te maken. Ze hebben geen gezin te onderhouden, hebben genoeg geld, woonruimte, een auto, een baan die op hun ligt te wachten. Hun bedje lijkt gespreid en toch zijn ze op een andere manier in diezelfde negatieve spiraal terecht gekomen. Bij één van de dames is haar lever al zo aangetast dat ze nooit meer mag drinken van de arts en ze is pas vierentwintig. Het is een gedachte die mij tot nu toe ook altijd beangstigde. Nooit meer drinken, ik kon het me niet voorstellen. Waarom zou je het jezelf ontzeggen? Dat beeld is aan het kantelen, al heb ik geen idee hoe een leven zonder alcohol er uit moet gaan zien. Vanuit de filosofie van de AA krijg ik mee dit vooral klein te houden en per dag te nemen, dan wordt het overzichtelijk en gemakkelijker. Alleen in het hier en nu – vandaag- hoef ik nuchter te blijven, “just for today”, morgen is er weer een dag.


De vierde stap in het programma waarvoor ik van Richard leeswerk heb meegekregen, sluit mooi aan bij mijn oefening in tolerantie. Ik moet voor deze stap een diepgaande en onbevreesde morele balans van mijn leven gaan opmaken. In eerste instantie roept deze stap herinneringen op aan die wat obligate vraag bij sollicitatiegesprekken, “Wat zijn je goede en wat zijn je zwakke kanten?”  Maar hier is de opzet toch wat anders, veel uitgebreider. Ik moet een soort boekhoudkundige balans gaan maken met als grootboekrekeningen onder meer mijn wrok gevoelens, mijn angsten, en ook mijn positieve eigenschappen. Weer een intensieve opdracht met veel schrijfwerk, net als bij de eerste stap van het programma. Voor deze stap ga ik samen aan de slag met Gary, de Hooligan die zwetend en onverstaanbaar naast me lag in de detox. Hij is goed opgedroogd en blijkt een verdomd aardige gast te zijn met veel humor. Hij heeft alleen vier weken later altijd nog moeite met schrijven Zijn hand trilt nog als een espenblad. Hij is wel een stuk beter verstaanbaar. Samen gaan we me met stap vier van het programma als leidraad spitten in de kelders en krochten van onze geest. De confrontatie aan met onze eigen persoonlijkheid en karaktertrekken.


(Wordt vervolgd)

14 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven