top of page

Shit Happens! (XXXIV)

God & Co


Aflevering 34 van mijn blog over een zoektocht naar herstel zoals ik dit heb ervaren in 2004/2005.


Ik ben na drie weken in de kliniek eindelijk een beetje ingeburgerd en gewend geraakt aan de dagelijkse routines. Mijn contact met de Amerikanen maar ook met de Schotten neemt toe. Ik begin in ieder geval de jongere garde steeds beter te verstaan en het is leuk om met hen te praten over de Britse popmuziek. Al zijn ze vaak nog jong ze kennen allemaal wel hun klassieken, van the Pretty Things tot Gorillaz. 



Debby, één van de Amerikaanse dames die woont op de militaire basis in Duitsland, laat me op een dag trots de foto’s van haar gezin zien, man en kinderen. Ze staat op de foto met drie pubers en een broer en zuster en naast haar een gladgeschoren militair in een uniform dat erg op Willem Alexander z'n trouwpak lijkt. Zelf heeft ze een baby op haar arm. Hoewel ik er nooit van houd iemand anders kiekjes te bekijken bekijk ik de foto aandachtig. Haar trots is te aandoenlijk om ze snel terzijde te leggen. Ik vraag of haar man nu thuis is om voor de kinderen en de baby te zorgen? Ze moet lachen en vertelt me dat het niet haar baby is maar haar kleindochter. Ze wijst naar de twee mensen achter haar op de foto, dat is een van haar dochters met echtgenoot, het is hun baby die ze vasthoudt. Ik denk even dat ze me in de maling neemt, ouder dan veertig kan ze niet zijn. Als ik voorzichtig informeer hoe oud ze is, vertelt ze lachend dat ze vierendertig is, het is al haar tweede kleindochter, ze werd voor het eerst oma op haar tweeëndertigste. Ik ben stomverbaasd, het komt me voor dat voortplanten daarginds in de VS een wedstrijd is. Mijn verbazing wordt nog groter als ze me ook nog vertelt dat dit haar tweede man is waarmee ze op de foto staat. Ze weet dat wij Europeanen dat allemaal vreemd vinden maar waar zij vandaan komt is het heel gewoon om met je Highschool liefde te trouwen en meteen kinderen te krijgen. Daarna weer scheiden trouwens ook. Als ik haar vervolgens vraag of ze weet waarom ze is gaan drinken; of het haar misschien allemaal te veel geworden is? Een man die haar verlaten heeft, al die kinderen waarvoor ze moet zorgen, het leven op de vliegbasis, ontkent ze dit. Ze vertelt dat ze haar eigenlijk best goed heeft daar in Duitsland, in de VS woonden ze in een mobile home, hier heeft ze alle luxe die ze zich kan wensen. Ze zegt dat ze zich zonder reden op sommige momenten helemaal laat gaan. Dan blijft ze dagen achtereen drinken, dagen waarvan ze zich achteraf niets meer kan herinneren. Daarna gaat het vaak maandenlang weer goed, tot het haar weer overkomt. Ze is een echte “binge drinker”, tijdens de laatste episode had ze haar jonge kinderen alleen achtergelaten terwijl haar man op missie was. Dit was voor de staf op de vliegbasis reden geweest om haar naar deze kliniek te sturen voor behandeling, iets waar ze het overigens wel mee eens is.


Ik vind het prettig om met lotgenoten met een heel andere achtergrond en verslaving ervaringen en verhalen uit te wisselen. Nu ik wat langer nuchter ben en wat meer zelfvertrouwen krijg durf ik me ook wat gemakkelijker in de Engelse taal te uiten. Tegelijkertijd ontstaat er ook meer een groepsgevoel, betrokkenheid bij elkaar en elkaars proces. Dat heeft goede en slechte kanten, zo is er in de kliniek, zeer tegen de wens van het behandelteam, onder de patiënten een levendige ruil en leenhandel gaande. Qua financiën heb ik het ook even niet zo breed en zitten er meer groepsgenoten in hetzelfde schuitje. Ik heb al snel een mazzeltje omdat ik bij Jim aan tafel zit. Jim heeft een jaar eerder zes miljoen pond in de Lotto gewonnen, en heeft dit als een “act of God” geïnterpreteerd en zichzelf deze behandeling cadeau gedaan. Als ik na een AA-meeting weer eens tevergeefs bij een geldautomaat sta te rommelen, biedt hij me, heel aardig, meteen een bedrag als lening aan. Kennelijk kom ik vertrouwenwekkend over, dat doet me goed. Het is ook een behoorlijke opluchting voor me, het geeft me de mogelijkheid om terug te vliegen als mijn behandeling afgelopen is of eerder. Mijn bankrekening staat chronisch op nul en Heleen is met de kinderen op vakantie in Frankrijk, uit het oog, uit het hart. Ik kan haar geen ongelijk geven.

Een ander geliefd handelsproduct is cafeïne houdende koffie. Gedurende de dag wordt er veel koffiegedronken, let wel oploskoffie zonder cafeïne, een matig genoegen voor de meesten van ons. Ook cafeïne wordt door het behandelteam gezien als een verslavende stof die het herstel van een verslaving nadelig kan beïnvloeden. Op zaterdag, tijdens ons winkeluitje in het dorp, is er daarom na aankomst van het busje altijd meteen een run op de enige espressobar die het dorp rijk is. Het leidt er zelfs toe dat een aantal van mijn medepatiënten cafeïne houdende koffie binnen weet te smokkelen. Zo ook mijn kamergenoot, hij smokkelt het binnen in plastic zakjes in zijn schoenen onder zijn voet.


Om onduidelijke redenen wordt er voor nicotine in de kliniek nog een uitzondering gemaakt, hier rust geen verbod op. Ik denk dat zeker drie kwart van de patiënten rookt. Later begrijp ik dat dit vooral bedrijfseconomische motieven heeft, er zal veel minder aanbod van patiënten zijn als er niet meer gerookt mag worden. Gek idee eigenlijk als je bedenkt dat van alle verslavingen het roken verreweg de meeste slachtoffers maakt. Maar goed, de schoorsteen van het kasteel moet ook blijven roken. Bij de therapeuten leeft trouwens altijd nog het idee dat naast de verslaving waarvoor je in behandeling bent, tegelijkertijd stoppen met roken het herstel van andere verslavingen nadelig zou beïnvloeden. Dat is een mythe die later ook niet blijkt te kloppen. De rooklobby is sterk en hardnekkig en wij verslaafden geloven het maar al te graag. Tegelijkertijd met alles, dus ook roken, stoppen geeft het beste resultaat, zo wijzen alle onderzoeken uit.


Zes weken opname leken in eerste instantie waanzinnig lang, maar nu ik op de helft ben, realiseer ik me ook dat ik nog zeker vier van de in totaal Twaalf Stappen van het AA-programma moet afronden voor ik naar huis mag, de tijd dringt. De spirituele stappen twee en drie van de AA, die al wel in een paar lezingen aan bod zijn gekomen moeten worden getackeld. Ik zal hoe dan ook de confrontatie met God of mijn Hogere Macht aan moeten. Wanneer we een lezing hebben met uitleg over dit onderdeel in het programma gaat George opeens staan. George is logistiek officier in het Amerikaanse leger en gestationeerd in Duitsland. Hij begint een minutenlange tirade over wat voor schade God allemaal heeft aangericht in zijn persoonlijke leven. Hoe, toen hij nog jong was, zijn moeder zich had laten beïnvloeden en oplichten door de geloofsgemeenschap waarin zij verkeerde. Hoe het gezin daardoor hun huis, werk en alles wat hun verder nog dierbaar was, was kwijtgeraakt. George wilde absoluut niets meer met God te maken hebben, die God had hem juist ziek gemaakt. Hij sluit af met de mededeling “Dat wilde ik even kwijt” en gaat vervolgens gewoon weer zitten. Ik voel met hem mee, maar kan er niet veel mee. Dat heeft ongetwijfeld te maken met mijn eigen jeugdjaren en het gelovige milieu waarin ik ben opgegroeid. Ik begreep niet waarom allerlei zaken niet mochten of niet goed waren vanuit het geloof. Niet schaatsen of voetballen op zondag bijvoorbeeld. Dat beklemmende en vreugdeloze calvinisme. Ik was blij dat ik op mijn achttiende naar Amsterdam kon ontsnappen. Nu wordt er in stap twee van het programma van me verwacht dat ik ga geloven dat een macht groter dan mezelf mij weer geestelijk gezond kan maken. En in stap drie word ik geacht mijn wil en leven aan diezelfde hogere macht over te geven.


Als we het er bij een nabespreking over hebben haalt één van mijn Nederlandse groepsgenoten er zelfs onze voetbaltrainer Louis van Gaal bij. Die zou in een interview verklaard hebben dat hij vroeger wel dacht dat er een God bestond maar dat hij door het overlijden van zijn eerste vrouw en de wijze waarop dit was gegaan zijn geloof was kwijtgeraakt. Nu die God, waar in hij eerst wel geloofde, iets doet waar hij het niet mee is, bestaat hij opeens niet meer. Dat vind ik een rare redenatie. Er is ook een groepslid dat verklaart dat hij na de verdrinking van zijn kleinzoon juist dichterbij zijn God is gekomen. Dat gaat mij ook wat ver. Ik heb niet het gevoel dat mijn twee dochters ons zijn afgenomen met een doel of een reden. Het is mij allemaal te zwart/wit en te rechtlijnig. Het is ook te zeer verweven met het Godsbeeld wat ons door de kerken is aangepraat, in het bijzonder door de Calvinisten. Ik kom er niet echt uit en maak een afspraak met mijn therapeut Richard om advies te vragen hoe ik met het thema moet.


Hij benadert het vraagstuk voor mij algemener, meer beschouwend en geeft het wat meer lucht. Hij stelt dat mensen die aan verslaving lijden vaak heel lang tevergeefs hebben geprobeerd hun verslavings probleem zelf op te lossen. Op eigen kracht of wilskracht zo je wilt, lukt het niet. In die zin was je vaak zelf je hoger macht, of God, of het centrum van wereld, aldus Richard. Door je middel los te laten, in mijn geval alcohol, ben je ook nog eens je houvast, je vaste vriend of maatje kwijtgeraakt. Ik moet dus de “verbinding” met iets nieuws, iets anders, aangaan. Dat hoeft niet meteen maar is volgens Richard een zoektocht waarbij ik anderen nodig heb, te beginnen met de AA/NA community of fellowship. Ik moet me open stellen en overgeven (alweer!) Hij geeft me als start wat literatuur, oefeningen en vragen over mijn spiritualiteit mee. Daar kan ik wat mee, opgelucht ga ik er mee aan de slag.

De eerste drie stappen, daar kom ik later gaandeweg achter, zijn feitelijk de fundatie van het programma. Als je deze niet goed neemt of doorgrond, is herstel erg lastig. Bij de eerste stap moet je je probleem goed in kaart brengen en eerlijk terugblikken. Bij de stappen twee en drie moet je bereid zijn om wegen te gaan bewandelen die je niet kent, waarvan je niet weet waartoe ze leiden. Je geeft feitelijk de controle -voor een deel- uit handen. Het wordt een zoektocht waarbij je hulp moet aanvaarden met het vertrouwen dat het goed komt, goed komt op een andere manier dan je wellicht had gedacht. In die zin betekent het eigenlijk heel praktisch dat ik vanaf nu de suggesties van het programma maar eens moet gaan volgen, naar meetings gaan, met een sponsor aan de stappen werken en een servicepositie innemen binnen de fellowship. Servicepositie is een mooi woord voor een taak op je nemen, bijvoorbeeld koffiezetten of stoelen klaarzetten voor een meeting. Het klinkt allemaal mooi en soms ook diep. In het dagelijks leven echter zal het een verdomd lastige opdracht zijn dit vol te houden. Wat me tot dusver wel aanstaat van het programma is dat er een systeem in zit. Ik werk in ieder geval ergens naar toe al weet in niet precies waarheen. Tot dusver was ik in mijn traject vooral de weg kwijtgeraakt, ontspoort.


Vooralsnog heb ik tijdens mijn verblijf geen hang of zucht naar alcohol. Het is ook vreemd te ervaren dat sommige patiënten tijdens hun verblijf hier toch terugvallen in gebruik. Een van mijn groepsgenoten gaat zelfs op een dag paddo’s zoeken in het bos. Bizar hoe sterk en ontregelend verslaving kan zijn. Ik prijs me gelukkig maar vraag me ook af hoe het me over twee of drie maanden zal vergaan. Ik speel nog altijd wel met het idee dat ik weer kan of mag gaan drinken als het allemaal niet meer zoveel uitmaakt. Na mijn pensioen, als Heleen wil scheiden of als ik mijn leven weer goed op de rails heb. Als ik dit zo met Richard deel, zegt hij dit te begrijpen maar vertelt me dat ik feitelijk alweer aan het onderhandelen ben over de alcohol, aan het plannen voor de toekomst. Hoe lang zal het duren voordat ik die toekomst steeds dichterbij laat komen? En waarom zou ik het willen? Wat heeft alcohol me tot nu toe eigenlijk gebracht? Waarom zou ik die levenslange marshmallowtest aan willen gaan? Wat zijn mijn kansen op een goede afloop?


(Wordt vervolgd)

14 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page