Shit Happens (XXXIII)

Aflevering 33 van mijn blog over een zoektocht naar herstel zoals ik dit heb ervaren in 2004/2005.


Every meeting is a good meeting!


Wij zijn hier op het landgoed met onze groep niet de enige bewoners. Onderaan de heuvel ligt een piepklein dorpje waar nog ongeveer honderd patiënten gehuisvest zijn in daartoe verbouwde oude cottages. Deze patiënten waren nog niet uitbehandeld na de eerste zes weken en moeten hier nog voor kortere of langere tijd verblijven. Voor sommige van hen betekent dit een paar maanden maar anderen zitten hier al meer dan een jaar. Het programma en de dagindeling zijn er veel losser geregeld dan bij onze groep. Er wordt meer zelfstandigheid verwacht. Het is een bijzonder gezelschap en er is weinig contact tussen de beide groepen. Dat is trouwens ook de wens van het behandelteam, beide groepen moeten zich op hun eigen proces kunnen blijven richten. Op zondag komen we echter bij elkaar voor een gezamenlijke meeting. En bij bijeenkomsten buiten het kasteel reizen we samen in een busje. Op deze momenten gedragen de meeste leden van dit gezelschap zich hautain, vanuit de hoogte, alsof wij als beginnelingen in het afkick traject een wat minderwaardig soort volk zijn. Ik blijf die zelfgemaakte en bedachte hiërarchie die zich kennelijk ook al snel binnen de verschillende soorten groepen verslaafden ontwikkelt een vreemd verschijnsel vinden. Door Karin, mijn Nederlandse groepsgenote, worden ze al snel ” The Stepford Wives” genoemd, naar een verfilmd boek van Ira Levin. Net als in zijn roman streven de bewoners van ons dorpje naar perfectie, in dit geval in de uitvoering van het AA twaalf stappenprogramma. Zo perfect dat het eng wordt, bijna robotachtig. Voorafgaand aan een bijeenkomst komen ze altijd groepsgewijs de heuvel oplopen met het AA boek onder de arm, een bijna surrealistische scène in het glooiende land. Het doet me zelf meer denken aan de klassieke zombie film “Dawn of the dead” wanneer ze zo in een groep naar boven komen, krijgen ze door de steilheid van de helling ook dat karakteristieke wankele loopje van de levende doden. Het komt mij voor dat een vreemd soort virus vat op deze groep heeft gekregen. Het zijn bekeerlingen die het opeens ook allemaal beter weten, roomser zijn dan de paus.



Op zondag tijdens een gezamenlijke bijeenkomst in de grote hal van het hoofdgebouw, vertelt altijd één van de bewoners van dit dorpje zijn of haar levensverhaal aan de groep. Een van hen blijkt een bekende Nederlandse soapactrice te zijn die ik trouwens niet ken. Ze is beroemd in eigen land zo vertelt ze, en is met een Endemol salaris van iets meer dan het minimumloon aan de cocaïne verslaafd geraakt. Ze blijkt behoorlijk tekstvast en kan hele passages uit het grote AA boek uit het hoofd declameren. Ik krijg er ter plekke de rillingen van als ik haar zo bezig hoor. Ze heeft, zo stel ik vast, de ene gekte voor de andere ingeruild. Het motiveert mij wel om me nu met volle overgave op mijn eigen behandeling te gaan storten. Ik moet er niet aan denken dat ik veroordeeld zal worden tot een langer verblijf en voor onbepaalde tijd moet gaan samenleven met deze club mensen. Als ik dit zo aan Richard, mijn therapeut, vertel zegt hij dat ik wat toleranter zou kunnen zijn. Als zij dit nodig hebben? Als zij dit als helpend ervaren? Wat kan ik daar dan op tegen hebben? Alweer een punt voor hem, ik kan er weinig tegenin brengen.


De bijeenkomsten buiten de deur, de meetings van de AA of de NA in en rondom Edinburgh bevallen me trouwens al snel een stuk beter. In het begin speelt het taalprobleem soms maar gelukkig zijn er ook voldoende verstaanbare Schotten. Meteen bij de eerste bijeenkomst die ik bezoek valt het me op hoe ontzettend hartelijk en gastvrij de andere bezoekers zijn. Het warme bad waarin je terecht komt. Ze staan voor ons klaar met koekjes, marsen en andere zoetigheden. Al snel vind ik ook een Schot die goedkope sigaretten -illegale import uit Luxemburg- vanuit de kofferbak van z’n auto verkoopt. Als verslaafde heb je daar een zesde zintuig voor. De vindingrijkheid om aan je middel, dus ook sigaretten, te komen lijkt grenzeloos. Zet een verslaafde in een willekeurig land, in een willekeurige stad op een hoek van een straat neer en je kan er vergif op innemen dat hij of zij binnen een uur weet waar en hoe je aan je favoriete drug kan komen. Op die vindingrijkheid word je trouwens door de staf tijdens de behandeling regelmatig gewezen, nu met het doel dit op een andere, gezondere en positieve manier te gaan benutten. 


De meetings kennen een stramien wat ik al via televisie series en films heb leren kennen en schijnt overal in de wereld hetzelfde te zijn. Ze vinden plaats in een eenvoudig zaaltje, vaak in, achter of onder een kerk of buurthuis. Er staan stoelen in een kring, of er is een theateropstelling als er een spreker is. Er is ruim voldoende sterke koffie en op tafel staan vaak koekjes en/of chocola. Het schijnt dat met name alcoholisten een voorkeur blijven houden voor “snelle koolhydraten” waarschijnlijk als goedmaker voor de afwezigheid van alcohol. Het kan erger. Ieder keer als je iets gaat/wilt zeggen start je met, in mijn geval: “Ik ben Sjoerd, ik ben alcoholist.” Dit lijkt overdreven maar werkt, zo merk ik al snel, eigenlijk heel praktisch. Het voorkomt dat mensen door elkaar heen gaan praten en je denkt eerst na voor dat je wat wil zeggen of reageren. Het idee is ook dat je zaken deelt, aan elkaar vertelt wat jij voelt, wat jij meemaakt, in plaats van dat je reageert op elkaar of nog erger, advies gaat geven. Verder mag trouwens alles, je bent vrij om te delen wat je wilt, met maar een restrictie dat je daarmee een ander niet beschadigt. Niets delen, of vertellen, gewoon bijeenkomsten bijwonen is ook prima. Ook als je gebruikt of gedronken hebt, ben je welkom. Je wordt dan wel geacht je mond te houden omdat de ervaring heeft geleerd dat er dan weinig zinnigs uitkomt. Als het goed is ken je alleen elkaars voornamen, meer hoeft niet, mag natuurlijk wel. Er wordt altijd halverwege een kleine bijdrage, een paar muntjes, gevraagd, om de zaalhuur en de koffie te kunnen betalen. Heb je geen geld, geen probleem, ook dit is geen verplichting. Waar je ook ter wereld komt, overal is de routine hetzelfde, je kunt overal aansluiten, ook al spreek je de taal niet of amper. Heeft dat laatste zin? Ik denk het wel. Als je het moeilijk hebt kun je toch even met lotgenoten in contact zijn en twee uur in een meeting zitten, betekent toch twee uur lang niet drinken of gebruiken.

Ik vind het prettig en hoopgevend om naar de verhalen, shares of levensverhalen, te luisteren. Het bevalt me veel beter dan in het kasteel waar het vaak lijkt of patiënten elkaar af willen troeven in heftigheid van de belevenissen en ervaringen, alsof het een wedstrijd is. Hier in de voorsteden van Edinburgh hoor ik de gewone dagelijkse worstelingen van de doorsnee Schot. Zij zijn meestal niet in behandeling geweest, maar hebben het zelf gedaan en gered met behulp van AA en NA bijeenkomsten: advocaten, dakdekkers, metselaars, vissers, onderwijzers, artsen of verplegers, door alle lagen van de maatschappij heen. Dat haalt voor mij ook meteen het mystieke en sekte-achtige karakter weg, waar ik zeker in het begin op het kasteel last van had. Hier zijn mensen gewoon samen bezig hun verslaving het hoofd te bieden.


Niet alle bijeenkomsten zijn even warm en gezellig maar ze zijn allemaal bijzonder. Zo word ik op een avond samen met mijn Nederlandse maatjes Karin en Jaap door onze chauffeur afgezet bij een klein zaaltje in een dorpje in de buurt van het kasteel. Binnen zitten er slechts drie wat oudere bebaarde Schotse mannen van het lastig verstaanbare soort. Het voelt wat onwennig, kennelijk zijn we hiernaartoe gebracht om een noodlijdende bijeenkomst wat op te fleuren. De mannen hebben een televisie en een video klaargezet. Het is de bedoeling dat we het eerste uur naar een video gaan kijken, na de pauze mogen we daar met z’n allen op reageren. De video is van een Schotse celebrity die zijn herstelverhaal van een alcoholverslaving vertelt. Redelijk standaard, onderhoudend maar niets bijzonders. Na de pauze, met koffie en een sigaretje op het plein voor het zaaltje nemen we weer plaats. Tot dusver heb ik zelf nog maar weinig gedeeld op de bijeenkomsten en ben dat nu ook niet van plan, mijn Engels blijft roestig. De bal ligt dus bij Jaap, Karin en de drie Schotten om het komende uur te vullen. Tot mijn verbazing en al snel daarna ook mijn verontrusting neemt niemand het initiatief. Niet na vijf minuten stilte, ook niet na tien of vijftien minuten. Het zweet klotst onder mijn oksels. Het wordt een surplace waarbij iedereen voor zich uit of naar de grond blijft staren. Ik durf ook geen oogcontact met Jaap of Karin te maken, bang om in de lach te schieten. Ik weet ook niet goed wat ik zou moeten zeggen, een gevoel wat alleen maar sterker wordt naarmate de stilte langer duurt. Na een minuut of twintig denk ik: “ze zullen toch niet het uur na de pauze vol maken op deze manier?” Ik concentreer me op de klok die in de ruimte hangt en zie de minuten voortschrijden op de wijzerplaat. Er is geen ontkomen aan, we maken inderdaad het uur tot op de minuut vol. Klokslag half elf neemt een van de Schotten het woord en dankt eenieder voor z’n aanwezigheid. We sluiten af met de gezamenlijke “Serenity Prayer”.


Als ik dit de volgende dag met mijn therapeut Richard deel en hem vraag wat in Godsnaam het nu het nut is van zo’n sessie, stelt hij heel duidelijk. "Every meeting is a good meeting!" “Kennelijk had jij niet, en de anderen ook niet de behoefte om iets te gaan vertellen, dat is ook goed.” “Het is belangrijk dat je je echte gevoelens uit, je hart laat spreken, je hebt daar in ieder geval nu een uur de gelegenheid voor gehad.” “Nu kwam er niets, misschien een andere keer wel. In ieder geval heb je nu geleerd dat je ook in gezelschap een uur stil kan zijn.” “Dat kan je dus, en het zal je steeds gemakkelijker afgaan als je bij een volgende keer aan deze gedenkwaardige sessie terugdenkt.” Alweer maakt hij een punt.


Met Jaap en Karin kan ik nu na een aantal weken goed opschieten. Dit heeft vooral te maken met de manier waarop we tegen het programma aankijken. We zien de goede en positieve kanten maar houden ook een zekere afstand en blijven sceptisch. Dat houdt het luchtig. We zijn het er zo langzamerhand over eens dat er met het twaalf stappen programma niet zoveel mis is. Het zorgt ervoor dat je eigenaar wordt van je verleden, dat je met een eerlijke, niet oordelende blik kan terugkijken naar de relatie tussen jou en je middel. Dat is kort samengevat de eerste stap. Daarna moet je eraan gaan werken om aangeleerde patronen en karaktertrekken die je verslaving ten dienste staan, te veranderen. Je moet het alleen niet allemaal zo rigide toepassen zoals sommige patiënten en ook therapeuten, het hier doen. Ik vind dat ik het met mijn Richard heb getroffen. Hij houdt mij voldoende bij de les maar is niet bijzonder strikt. Hij laat me zien me dat ik mijn verleden niet moet vergeten maar dat het minstens zo belangrijk is dat ik er me niet voor geneer, dat zal mijn verslaving alleen maar weer aanwakkeren. Hij leert me ook dat niemand me zal verbieden om weer te gaan drinken maar dat ik me iedere dag, ieder moment als ik weer op die drempel van een terugval sta, moet afvragen: “Waarom zou je het willen?” “Waar heeft het je tot dusver gebracht en waar zal het je nu weer brengen?” Het lijken allemaal gemeenplaatsen en nuances in een denkwijze toch komt het nu allemaal voor het eerst echt aan bij me. Ik hoef niet perfect te zijn, ik moet niet nadenken over alles wat ik gemist heb en heb laten liggen. Ik moet weer vooruit met mijn leven en gaan doen waar ik goed in ben. Ik ben zo langzamerhand toe aan stap twee.


(Wordt vervolgd)

15 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven