Shit Happens! (XXIII)

Bijgewerkt op: 4 apr. 2019


Aflevering 23 van mijn blog over een zoektocht naar herstel zoals ik dit heb ervaren in 2004/2005


Seroxat

In de tweede week van mijn verblijf in de kliniek ga ik in de avonduren weer eens hardlopen, ik wil voor mezelf een gezonde routine gaan opbouwen en na een dag binnen is het ook fijn om het hoofd leeg te maken. Het sneeuwt op die avond licht maar er is prima te lopen op het fietspad richting Diemen. Het is een afstand van ongeveer zes kilometer heen en terug en ik meld me braaf af op mijn afdeling zodat ze weten waar ik ben. In het begin gaat het lopen moeiteloos, ik overweeg zelfs een stuk door te lopen richting Weesp. Maar krijg dan opeens last van een soort uitval verschijnselen in mijn hoofd. Het best te beschrijven als elektrische schokjes. Nu en dan worden deze afgewisseld met wat zwaardere schokken van mijn hakken naar mijn kruin. Het geeft me een raar, licht gevoel in ’t hoofd. Het duizelt me, terwijl ik toch geen idioot zware inspanning aan het leveren ben. Mijn ademhaling en hartslag zijn naar omstandigheden normaal. Ik besluit heel rustig terug te wandelen naar de kliniek. Daar aangekomen loop ik naar boven en meld me bij de verpleging. Inmiddels sta ik behoorlijk te wankelen op mijn benen en moet me aan de deurpost vasthouden. Ik vraag of ik een arts zou kunnen spreken of dat er misschien een arts die piket dienst heeft geraadpleegd kan worden. Nee is het antwoord, op zijn vroegst morgen is er een arts bereikbaar. Ze gaan het doorgeven en ze zullen erop teruggekomen. De dagen er na houd ik dit soort klachten, meld het nog een paar keer maar niemand die er verder aandacht aan besteed. Bizar eigenlijk. 



Mijn verblijf in de kliniek biedt me voldoende tijd om eens nuchter terug te blikken. Sinds mijn eerste bezoek aan de huisarts vanwege mijn verslavingsprobleem is er een half jaar verstreken. Het valt me op dat in deze vrij korte periode mijn situatie eigenlijk alleen maar is verslechterd. Sinds ik begonnen ben met stoppen met drinken gaat het steeds sneller bergafwaarts, zo lijkt het. Wat me ook aan het denken zet, is een brief die ik krijg al na drie dagen in deze opvang. Een brief van de AWBZ waarin alvast wordt medegedeeld dat de zorg in het eerste jaar volledig wordt vergoed maar dat ik na een jaar een forse eigen bijdrage moet gaan betalen. Of ik daar maar even rekening mee wilde houden. Voor mij een goede impliciete waarschuwing voor het chronische en uitzichtloze perspectief en karakter van de zorg die ik tot dusver heb ontvangen, zo stel ik vast. Net als bij alle andere cliënten die hier verblijven, zie ik dat er ook geen energie in mij wordt gestoken door de staf en de medewerkers hier. Ik moet kennelijk gewoon mijn dagen vol maken, meer niet. Ik verwacht steeds minder van mijn verblijf in deze kliniek. Daarom besluit ik om toch maar eens met een externe psychiater te gaan bellen. Hij is me door iemand uit mijn vriendenkring al een tijd geleden aanbevolen. Het is een noodgreep, een sprong in het duister, maar voor mij op dit moment een volgende strohalm waaraan ik me vast kan klampen. Een hoop op een beter vervolg. Als ik hem telefonisch mijn situatie voorleg, is hij eerst terughoudend. Hij vertelt me dat hij het lastig vindt om me op dit moment advies te geven omdat ik al ergens in behandeling ben. Dat begrijp ik. Als ik echter wat meer aandring en ook vertel over mijn lichamelijke klachten en ervaringen tot dusver in de kliniek wordt hij wat toeschietelijker en vraagt hij door. Hij wil ook weten wat voor medicatie ik op dit moment krijg. Als ik dit vertel, vertrouwt mij meteen al toe dat hij zelf jaren geleden gestopt is met het voorschrijven van Seroxat vanwege een aantal erg nare bijwerkingen. Bijwerkingen die als hij ze aan mij beschrijft mij erg bekend voorkomen. Tintelingen, stroomschokken, emotionele buien, manische episodes, geen trek meer in seks, et cetera. Ik kan achter al deze bijwerkingen een kruisje zetten. Uiteindelijk stemt hij toe en geeft hij aan mij wel als patiënt te willen behandelen als hij terug is van een vakantie en mijn opname is beëindigd. Hij vraagt me ook of ik dan in ieder geval met mijn arts hier wil bespreken om alvast te starten met het stoppen van mijn medicatie. Het stoppen met Seroxat, ik slik het al een half jaar, zorgt er meestal voor dat je je een tijd nog zieker voelt, aldus de psychiater. Om die reden is het beter dit te doen zolang er nog enig toezicht en begeleiding is. Gefaseerd stoppen is zijn advies, ze, mijn behandelaren in de kliniek mogen hem bellen voor overleg. 


Als ik dit de volgende dag voorleg aan de behandelend arts van het SPDC, vindt zij dit maar een vreemd advies. Aan de ene kant, zo zegt ze, omdat deze psychiater en ik tot op heden alleen maar telefonisch contact hebben gehad. De andere reden die ze geeft, is dat ze zijn scepsis ten opzichte van dit middel niet deelt. Ze kent erg veel patiënten die er baat bij hebben. Ik moet gewoon wat meer geduld uitoefenen. Ik houd toch vol, geef aan het belangrijk te vinden om nu meteen maar te beginnen met stoppen nu ik hier toch eenmaal zit.  Het afbouwen blijkt al snel te leiden tot iets wat lijkt op griepverschijnselen. Ik voel me een soort van zombie, een levende dode, eindelijk nu geheel passend op afdeling hier. De schokjes in mijn hoofd hebben plaatsgemaakt voor een constante “buzz”. Als bij een aankomend onweer. Om deze ontwenningsverschijnselen te temperen krijg ik extra librium, wat geen steek blijk uit te halen. Het zombie gevoel wordt alleen maar sterker. Ik voel me erg wankel en onzeker en slof net als iedereen over de afdeling. Na de lunch ga ik dan ook meteen te bed tot een uur of vier, vijf waarna ik zwetend en rillerig wakker word. Wat een tyfusspul denk ik, Seroxat, niet wetende dat het nog erger zal worden. Gelukkig gaat het tegen de avond even ietsje beter en begeef ik me weer naar de rookkamer. De aanblik hier stemt me somberder dan ooit tevoren. Er zit een man of tien bij elkaar, er wordt niet gesproken, de hoofden hangen allemaal apathisch naar beneden, hangend in de stoel, sigaret in de aanslag. Het lijkt een scene uit een film, Randle McMurphy, the Chief en Nurse Ratched lijken heel dichtbij:


"Vintery, mintery, cutery, corn,

Apple seed and apple thorn,

Wire, briar, limber lock

Three geese in a floc

One flew East

One flew West

And one flew over the cuckoo's nest” 


Onbedoeld en ongewild komt aan mijn verblijf bij het SPDC een versneld einde. Nu ik zelf heb besloten een psychiater van buiten te consulteren en aan heb gegeven geen Seroxat meer te willen slikken mag ik het ook zelf verder uitzoeken. Dit wordt niet hardop gezegd. Ik krijg te horen dat ze mijn bed volgende week nodig hebben voor een nieuwe meer acute patiënt. De volgende ochtend begin ik zo aan mijn laatste dag hier. Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Op een bepaalde manier ben ik toch aan een aantal mensen gehecht geraakt, vooral Nico. Zijn lot en dat van de anderen die ik hier in korte tijd heb leren kennen, gaat me aan het hart. Maar ik besef ook dat ik hier niet thuishoor en dat langer blijven een zinloze onderneming is. ’s Middags heb ik nog een afspraak met mijn behandelende arts over een eventueel vervolgtraject. Ik hoop dat ze een diagnose heeft kunnen stellen en ook met een hoopgevend plan zal komen. Ik besef me ook dat dit gezien mijn ervaringen hier waarschijnlijk valse hoop is. Ze hebben hier nu krap twee weken plichtmatig naar me gekeken om niet ter verantwoording te worden geroepen mocht ik alsnog zelfmoord gaan plegen, zo stel ik vast. Ze kunnen dan in ieder geval zeggen dat ze hun best hebben gedaan en naar vermogen adequate zorg hebben verleend. 


(Wordt vervolgd)

30 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven