Shit Happens! (X)


Een wekelijkse blog over een zoektocht naar herstel zoals ik deze heb ervaren in 2004/2005, deze week aflevering X


Op naar de Jellinek


Ik doe vanaf nu nog amper moeite om de alcohol te laten staan. De wereld om me heen is door en door verziekt en mijn omgeving begrijpt me niet. Als ik mijn verhaal doe of contact zoek met mensen om mij heen lijkt het alsof ik tegen een muur praat. Mijn beste vrienden, mijn buren, mijn vrouw, mijn familie, ze horen het allemaal aan maar het lijkt ze niet te raken. Ik ben alleen in mijn eigen wereld. Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld. Ze kijken allemaal wel zorgelijk en meelevend maar ook dat ergert me mateloos. Ik wil geen geveinsd begrip. Ik wil medestanders, echte mensen om me heen met echt begrip, geen medelijden. Heleen en ik zijn het er snel over eens dat ik meer en andere hulp nodig heb. Op eigen kracht met een paar pilletjes antidepressiva per dag gaat het niet lukken. Daarom melden we ons, ditmaal met zijn tweeën, weer op het spreekuur van de huisarts. We houden het kort, we willen een verwijsbrief naar de Jellinek kliniek, het beruchte instituut voor de verslaafde Amsterdammer. Vreemd genoeg geeft hij nog wat tegengas. Zo ernstig is het toch nog niet, hij vindt het een hele grote stap maar gaat toch vrij snel akkoord. Ikzelf vind het ook wel een grote en drastische stap en voel me nu voor het eerst ook echt een outcast, een verslaafde, een alcoholist.



Ik maak nog dezelfde dag telefonisch een afspraak met de kliniek voor een eerste gesprek. Tot mijn grote teleurstelling, en ook die van Heleen trouwens, kan deze afspraak pas drie weken later plaatsvinden.

Dat valt me vies tegen want nu ik voor mezelf vastgesteld heb dat ik een alcoholist ben en moet stoppen met drinken wil ik een opname of eventuele andere hulp ook meteen geregeld zien. Nu ik weer een paar weken uitstel heb, is dit meteen weer aanleiding om tot die tijd eens lekker door te drinken. Bizar eigenlijk als je je voorgenomen hebt om te gaan stoppen, maar nu kan het nog. Stoppen doe ik wel als ik in de kliniek ben, neem ik me voor.

Ik vind ook dat ik mijn aanmelding bij de kliniek waar moet maken en vraag me toch nu en dan weer af: “ Is het wel zo erg met mij gesteld?” Ik lijk uiterlijk toch nog niet echt op de stereotype zuiplap, de karikatuur van een onverzorgde zwerver met een paars, rood en blauw dooraderd en opgeblazen gezicht. Een groot gedeelte van de dag kan ik nog normaal functioneren en ik heb ook best goede dagen. Ook al ben ik geen knappe man, de alcohol heeft toch nog maar weinig sporen achter gelaten op mijn uiterlijk. Behalve ’s ochtends vlak na het opstaan heb ik een redelijk normaal hoofd. Ook heb ik nog bijna hetzelfde postuur als op mijn 25e levensjaar en pas ik nog altijd in standaardmaatje 52 als ik een kostuum koop.


Heleen verkeert ook nog steeds in de waan dat het qua gebruik eigenlijk wel meevalt met me. Ik blijf stug doorgaan met het behendig camoufleren van mijn werkelijke drinkgedrag.

Op ons balkon staat altijd een kratje Westmalle tripel, mijn favoriete bier. Ogenschijnlijk houd ik het verbruik op drie flesjes per dag, een beschaafd aantal vind ik. In ieder geval niet abnormaal in mijn omgeving. Als ik meer drink, wat ik meestal doe, dek ik die lege flesjes weer met een bewaarde kroonkurk af. Dit aantal flesjes vul ik dan de volgende dag aan als ik boodschappen doe bij de supermarkt. Een keer in de week haal ik een vers krat bij de slijter op de hoek. Zo lijkt alles voor mijn omgeving normaal. Met de witte wijn in huis werkt het grotendeels hetzelfde. In onze grote koelkast in de kelder staan altijd een stuk of vier flessen op voorraad. Iedere dag als iedereen weg is, gooi ik de lege flessen in de glasbak en haal ik nieuwe bij. Ik zorg gewoon dat er een redelijke balans blijft in huis in lege en volle flessen. Het vergt wat discipline, maar in dit geval heb ik daar geen moeite mee.

’s Ochtends begin ik met een halve fles wit, ontbijt daarna en breng ik de kinderen naar school. Hierna heb ik het rijk voorlopig alleen en neem ik de andere helft van de fles tot me. Naar behoefte drink ik om het uur of om het halve uur weer een halve fles om in balans te blijven. Ik doe dit als ik alleen thuis ben, maar ook als ik in de speelgoedwinkel sta. Juist daar heb ik op stress momenten wel eens behoefte aan een extra dosis alcohol. Meestal kom ik zo de dag redelijk door. Maar het komt ook voor dat ik ongemerkt een grens over ga en me echt aangeschoten ga voelen, dat ik de controle kwijtraak. Als dit gebeurt, steek ik een vinger in mijn keel om het overschot weer kwijt te raken. Een soort van boulimie reactie. Ik wil wel de controle blijven houden. Thuis ga ik ook vaak weer even in bed liggen. Dat zorgt ervoor dat ik nu en dan door de onderwijzeres van mijn jongste uit bed gebeld wordt. Hij wacht om te worden opgehaald Afschuwelijke momenten. Mijn zoon is er zo langzamerhand aan gewend geraakt, zijn juf ook.


Zo modderen we wat aan tot onze belangrijke afspraak bij de Jellinek. We hebben altijd alle rampspoed gezamenlijk tot ons laten komen en verwerkt dus gaan we ook nu met z’n tweeën naar de Jellinek, afdeling Vlaardingenlaan in Amsterdam-West. Ik stel Heleen voor om voordat we gaan toch eerst even een of twee flessen wijn soldaat te maken. Ik heb een soort van voorgevoel dat ze me in nuchtere staat niet serieus zullen nemen. Maar ze verklaart me voor gek dus ik laat het voorlopig bij de halve fles die ik voor het ontbijt al genuttigd heb. Voor de zekerheid steek ik toch maar twee halve flesjes bij me via de kapotte voering in de zakken van mijn lange winterjas. Een opbergplek die al eerder zijn nut heeft bewezen. Eentje in de linkerkant en eentje in de rechterkant dan blijft mijn jas mooi recht hangen en rammelt het niet als ik beweeg.


Amsterdam-West is een desolate plek. Ik vind deze op een of andere manier niet echt bij de stad horen. Het is een soort van buitenwijk die je overal in het land zou kunnen aantreffen. We melden ons bij de balie en worden neergezet in de hal om te wachten. Ik voel me trillerig en angstig. Om me heen zie ik tot mijn geruststelling vrij veel “normale mensen.” Slechts een enkeling voldoet aan het stereotype beeld van een verslaafde. Dat geeft moed. Er zijn er meer zoals ik.

Na ongeveer een half uur wachten zijn we aan de beurt. We worden ontvangen door een jonge dame die ons meeneemt naar een kantoor-achtige ruimte waar ook nog een collega van haar achter een beeldscherm zit. Dat leidt af, maar zij lijkt geheel in beslag te zijn genomen door haar eigen bezigheden. Vanachter de computer neemt diegene die ons ophaalde een hele lijst met vragen met me door. Ik besluit nu voor het eerst eerlijk te antwoorden, ook al weet Heleen tot dan niet het fijne van mijn gebruik. Erg begrijpelijk dus dat het heftige reacties bij haar oproept wanneer ik mijn dagelijkse drinkprogramma gedetailleerd beschrijf. De reacties van onze consulente zijn echter erg zakelijk en oppervlakkig, alsof we een hypotheekaanvraag aan het invullen zijn. Zij is meer met haar beeldscherm en de daar verschijnende vragen bezig, dan met ons. De sessie neemt een minuut of twintig in beslag. Daarna komt ze met de mededeling dat ze de ingevulde vragenlijst zal doornemen, bespreken en zal gaan kijken of daar een behandelplan uit kan komen en waaruit dit dan zal bestaan.


“Hoe bedoel je?” En op wat voor termijn?”, vraagt Heleen nu bezorgd.


“Een week of drie, vier maar het kan ook best na de feestdagen worden”, is haar antwoord. (Het is nu begin november) “En we moeten eerst ook bepalen of meneer wel verslaafd is, daarvoor moet hij ook nog door een arts worden gezien en dat kan pas op een later moment.”


Ik besluit opeens om in te grijpen en vraag om een plaspauze. Op het toilet giet ik snel de twee flesjes naar binnen en ga terug voor de tweede ronde, want zo snel geef ik me niet gewonnen.

Heleen is dan, zoals ik verwachtte, al druk bezig argumenten te geven om de procedure te versnellen omdat we het er zelf erover eens zijn dat mijn probleem tamelijk acuut is. Ik verwaarloos mezelf, de kinderen, de winkel en zorg voor gevaarlijke situaties in huis als ik onder invloed ben. Ze vertelt dit nu redelijk paniekerig. We riskeren een bezoek van het beruchte bureau jeugdzorg besef ik me, maar dat moet dan maar.

Goddank, vraagt onze consulente nu of ik vandaag al wat gedronken heb,” Behoorlijk!” Kan ik nu met recht en vol overgave antwoorden. En zowaar het wonder geschiedt. Nu gaat ze wel actie ondernemen en roept er een arts bij die me lichamelijk gaat onderzoeken.

Eerst moet ik een blaastest doen, en kom tot mijn grote vreugde tot een percentage van 1,4 promille, wat zowaar indruk maakt bij de jonge dokter, het is immers pas tien uur in de ochtends. Na nog een reeks zelfde vragen als eerder volgt een oppervlakkig lichamelijk onderzoek. Na wat porren in m’n zij, reflexen, vinger naar je neus en terug. Van die dingen, mogen we weer even plaatsnemen in de hal. Een kwartier later komt dan de verlossende mededeling. Niet de volgende week, want dan zit het programma al vol, maar de daaropvolgende week mag ik, nu met voorrang deelnemen aan hun ambulante detox programma van 10 dagen.


Het is ons gelukt! Redelijk opgewekt en vertrouwend op een voorspoedige afloop gaan we weer huiswaarts. Een week lang mezelf inhouden moet wel lukken. Wel gek dat ze je niet meteen serieus nemen, zegt Heleen in de auto terug naar huis. Een raar soort ballotage, je moet jezelf als verslaafde overtuigend weten te verkopen. Kennelijk willen ze liever alleen erg zware gevallen behandelen. Maar wanneer ben je dat en wie bepaald dat? Is het ook niet veel verstandiger al in een vroeger stadium van de verslaving in te grijpen? We gissen naar de reden, maar goed, we zijn binnen en daar ging het ons om. Voor mij is het ook een pak van m’n hart dat ik nu voor het eerst heb opgebiecht hoe mijn drinkpatroon er werkelijk uitziet. Ik realiseer me nog niet dat ik hier nu Heleen mee opzadel.


(Wordt vervolgd)

27 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven