Shit Happens! (VI)


Een vervolgverhaal over een zoektocht naar herstel.


Aflevering VI


De Speelgoedwinkel


De Speelgoedwinkel.

Na al die jaren in loondienst besluit ik iets voor mezelf te gaan doen. Vrij impulsief werd dat een speelgoedwinkel. Iets heel anders dus. Een onderneming in vrolijke zaken, ook leuk voor onze eigen nog jonge kinderen. Het geeft me meer tijd met mijn familie, en ik kan dat nu ook mooi zelf indelen, was wat ik aan iedereen vertelde. Dat het daarnaast ook meer ruimte gaf aan mijn gestaag voortschrijdende verslaving zou ik pas jaren later inzien.


We zijn hem zomaar vanuit het niets, die winkel. Heleen en ik hadden er met zijn tweeën wel vaker over gefilosofeerd. Onze wijk in Amsterdam, de Watergraafsmeer is al jaren een populaire buurt waar steeds meer jonge mensen een huis kopen en daarna ook kinderen krijgen. De middenstand in de omgeving vonden we altijd vreselijk ouderwets en weinig avontuurlijk. Veel telefoon-en brillenwinkels, uitzendbureaus en grijze ketens als Blokker en Kruidvat. Te weinig jong en swingend. Het idee voelde goed, we vonden al snel een geschikt pand en ik voegde meteen de daad bij het woord. In twee maanden tijd hebben we een bedrijfsplan geschreven, lening geregeld, speelgoed ingekocht, en een winkel verbouwd en ingericht. Met veel hulp van vrienden en familie konden we een week voor Sinterklaas nog net open en zowaar op de eerste zaterdag, nog tijdens het inrichten, liep de winkel meteen vol en verkochten we het grootste deel van onze eerste voorraad. Zo gemakkelijk is het dus, dacht ik. Wat ik altijd in loondienst had gedaan, zaken organiseren en opzetten, kon ik ook voor mezelf.


Twee maanden later is de euforie grotendeels voorbij. Het opzetten en de voorspoedige verkoop rond de feestdagen waren allemaal erg leuk en spannend geweest. In de rustige voorjaarsmaanden wordt het al heel snel een beetje bekrompen routine. Een winkel betekent iedere dag weer opnieuw beginnen met de teller op nul. Iedere dag op je post zijn en blijven van tien uur ’s ochtends tot zes uur ’s avonds. Wachten op klanten. Ik verveel me al heel snel.


Nu ben ik zelf altijd een enthousiaste en behoorlijk impulsieve koper van speelgoed voor mijn kinderen geweest. Ik koop zelf graag dingen voor mijn neefjes, en nichtjes, voor mezelf of mijn vrouw en kinderen. Het is een waar genot vind ik, om iets leuks voor een ander uit te zoeken. Daar word ik zelf ook blij van. In dagelijkse de praktijk die ik nu meemaak blijken mensen zoals ik een uitzondering te zijn. Het gros van de klanten is heel anders. Ik merk al snel dat de klanten die je winkel bezoeken je er vooral graag op wijzen wat je allemaal niet hebt. Wijs als ze geworden zijn door het aanbod op het Internet vindt de klant van nu het kennelijk belangrijk je te laten merken dat ze weet wat er in de wereld allemaal te koop is. Zet het complete assortiment van de houten Brio treintjes in je schap minus één artikel wat even niet leverbaar is. De eerste de beste klant die dan binnenkomt, moet dat artikel altijd net hebben. Daar kan je bijna vergif op in nemen. Zet één poppenhuis in je winkel en ze vragen, “Is dat alles wat u hebt aan poppenhuizen?” Zet je er vervolgens 10 neer dan blijft diezelfde vraag komen. “We hebben nog een andere ergens gezien kunt u die voor ons bestellen? “. Kennelijk kopers psychologie waaraan ik al snel de schurft krijg. Ze zijn er wel gemakkelijke en tevreden kopers zoals ikzelf, maar veel en veel minder dan ik dacht.

Het is ook te vaak zo weinig vrolijk wat ik meemaak, Mensen komen binnen met de mededeling, “we zoeken een cadeau maar hij heeft alles al”, gevolgd door een diepe zucht, wat ik meestal moet interpreteren als laat het ook alstublieft niet te veel kosten.


Heel weinig mensen gaan bij mij blij de deur uit omdat ze iets leuks hebben gekocht voor hun eigen kind of nog veel minder vaak, voor het kind van een ander. Het Calvinistische idee dat je een kind niet teveel moet verwennen en dat alles verantwoord en leerzaam moet zijn, irriteert me meer en meer. Doe eens wat leuks met je kind denk ik dan, doe eens gek. Zo zag mijn zoon eens iets in een speelgoedfolder staan en zei: “Ik weet niet wat het is maar ik wil het wel hebben!” Mensen verwarren hun eigen consumentisme met het magisch denken van een kind. Op een dag illustreert een meisje van een jaar of zeven mijn onvrede onverwacht direct en eerlijk. Keihard maakt ze haar statement in een winkel vol met klanten: “Mama, ik vind het belachelijk dat ik die pop nu niet mag terwijl jij net voor driehonderd euro een paar laarzen bij de schoenwinkel hebt gekocht die je ook niet echt nodig had.”

Of die vader die zijn gloednieuwe zwarte Saab cabriolet met een ingebouwde bonkende sound system voor mijn winkelraam parkeert daarna met zijn opzichtige Geer & Goor zonnebril van een Euro of 300 op het hoofd binnenloopt en nonchalant vraagt:


“Wat kost dat leuke fietsje in de etalage?”


‘Honderd euro”, vertel ik hem rustig


Een “Jezus, zeg dat is duur!” kan er nog van af voordat hij weer in zijn bolide stapt en ronkend wegrijdt.


Al die “worteltjestaart vragen ” (enige voorkennis van de bekende grap is hiervoor nodig) die de hele dag op me af komen, ”Heeft u ook…? “En als ik dat dan bevestigend antwoord. “Nou fijn dan weet ik dat u het heeft”, en gaan weer weg zonder iets gekocht te hebben. Die houding, ik word er zo langzamerhand doodziek van.

Ik voel me waarachtig vaak een dealer die veel te duur dope verkoopt aan ouders voor hun aan speelgoed verslaafde kind. Ik blijf, vooral de eerste jaren, aardig maar toch vreet het dagelijks aan me. Ik krijg een grenzeloos respect voor middenstanders die dit werk hun leven lang volhouden. Mijn tolerantie ten opzichte van andere mensen begint meer en meer slijtplekken te vertonen.


Om me zelf op te fleuren neem ik na verloop van tijd een fles wijn of een paar flessen Belgisch bier mee naar de winkel. Voor nu en dan een glaasje, meestal aan het eind van de middag. Het fleurt me wat op, maakt me wat losser en ook vrolijker. Ik kan het allemaal beter aan als ik wat alcohol door mijn aderen voel vloeien, niet teveel, net genoeg om in balans te blijven. De lastige klanten kan ik veel handiger en behendiger pareren zonder dat het tot conflicten leidt.

Ik besef me dat klanten het zullen gaan merken maar ik vind ook dat ze niet moeten zeuren, in mijn ogen zijn het trouwens toch maar een stelletje zuinige Calvinisten. Mijn winkel is bedoeld voor opgewekte levensgenieters, de rest van de gemeente kan me gestolen worden. Slechts één keer, een paar jaar later als ik al aan het verdrinken ben in mijn verslaving, maakt een dame er een opmerking over: hoe treurig ze het wel vindt dat ik om drie uur ’s middags al naar alcohol ruik.

Het interesseert me dan al helemaal geen biet meer: ik vraag haar botweg hoeveel Prozac zij nodig heeft om de dag heelhuids door te komen. Een klant minder maar probleem doeltreffend opgelost. Zo langzamerhand beginnen de alarmerende geluiden echter ook mijn vrouw te bereiken en neemt daardoor ook de spanning tussen ons toe. Ik walg van de mensen die achter mijn rug om met Heleen over mij praten. Ze hebben natuurlijk het beste met je voor hoor je ze in gedachten zeggen. Maar voor mij zijn het onderkruipers. Ze leiden alleen maar de aandacht af van hun eigen problemen en tekortkomingen door een ander te beschuldigen.


“Denk aan je reputatie”, zegt Heleen nu vaak tegen me. “Wat voor reputatie?”, vraag ik, “Dat ik een drankprobleem heb?” “De mensen hier in de buurt roddelen toch over iedere middenstander” geef ik haar terug. Dat is ook werkelijk zo. “De kaasboer is een notoire tieten knijper, die andere winkelier verderop een racist, en die vriend en vriendin van jou verderop in de straat worden rijk van het bemiddelen in illegale Poolse bouwvakkers”. “I rest my case!” Allemaal waarheden die afleiden van mijn eigen werkelijkheid.

Met alleen een drankprobleem kom ik er best aardig vanaf vind ik. Het is hier toch zo langzamerhand een buurt aan het worden waar vooral sneue types komen wonen die de grachtengordel of Oud-Zuid niet gehaald hebben. Die mensen moeten toch ergens hun frustratie kwijt. Wees blij dat ik niet de reputatie van kinderlokker heb. En er is nog veel meer. Zo langzamerhand irriteert mij werkelijk alles.


(Wordt vervolgd)

23 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven