top of page

Shit Happens! (IV)

Bijgewerkt op: 19 jun. 2019

Een vervolgverhaal over een zoektocht naar herstel


Aflevering IV


Rampspoed.


Mijn leven verdrinkt nu meer en meer in onrust. Het gaat zakelijk niet goed en het gaat ook niet goed in de relatie tussen mijn vrouw Heleen en mij. De winkel die we als kunstgreep samen begonnen zijn, is weliswaar een succes gebleken in de buurt, maar we hebben altijd nog meer geld nodig dan er binnenkomt. Al jaren een terugkerend probleem in ons leven en nu trekt dit meer dan eens een wissel op onze relatie.



Ik denk steeds vaker terug aan het begin van onze relatie. Ons leven samen verliep ooit vrij zorgeloos totdat ik in de 1989 zo nodig een huis moest gaan kopen. Ook toen al was er een enorme krapte op de huizenmarkt en een bijkomend probleem was dat de hypotheekrente ook nog eens torenhoog was. Dik een jaar hebben we gezocht naar een kant-en-klaar bewoonbaar huis waaraan we nog weinig hoefden te doen want we hadden beiden een drukke baan. Uiteindelijk zijn we er toch ingestonken. Op een ochtend om half negen - ik zie ons nog in de tuin van het huis staan overleggen met onze makelaar- kochten we drie minuten nadat we binnen gekomen waren zomaar een compleet uitgewoond en vochtig pand in de Watergraafsmeer in Amsterdam. Alleen de muren zouden uiteindelijk overeind blijven staan maar dat doorzag ik in die paar minuten allemaal niet. Toen ik uiteindelijk, ik denk twee maanden later, de sleutel kreeg zag ik het opeens wel. God allemachtig waar te beginnen? En hoe alles te regelen? Ik had ook nog nooit iets gebouwd of verbouwd! Hier had ik helemaal geen tijd voor realiseerde ik me toen pas.


Ik was op slag overspannen, zag het niet meer zitten en heb de makelaar gebeld om het maar meteen weer te verkopen. Na een gesprek met hem waarin hij de zaken voor me op een rijtje zette en ook op de kosten van het weer verkopen wees, heeft hij me toch overtuigd om aan dit jarenlange project te beginnen. En project dat, nu meer dan 15 jaar later, nooit af komt. Aan dit soort oude huizen is altijd wel iets te doen. Het is een continue last die alsmaar op je schouders blijft drukken. Het enige voordeel dat ik ervan heb, realiseer ik me, is dat datzelfde huis ons door de ongekende waardestijgingen van de afgelopen jaren, ook altijd financieel op de been houdt. Een ware Tantaluskwelling.


Ook heeft 10 jaar zwangerschap, de periode waarin onze vier kinderen geboren zijn, een zware wissel getrokken op ons gezinsleven. In deze tien jaar zijn Heleen en ik vier keer zwanger geweest. Maar één van die zwangerschappen heeft een betrekkelijk normaal verloop gekend. Dat was die van onze jongste zoon. Onze zoons Frits en Kees hebben we gelukkig mogen houden, onze twee dochters Jip en Jet zijn doodgeboren en hebben we begraven op de Nieuwe Ooster. Nu pas, gek genoeg na een flink aantal jaren voel ik me daardoor ook ontzettend bekocht. Heleen is haar onbevangenheid kwijtgeraakt en een bezorgde moeder geworden. Ik ben een uiterst cynische en bij vlagen wat megalomane betweter. We weten allebei dat we beter kunnen en moeten, we krijgen het alleen niet meer uit onze handen. Het glipt ons -bij mij het meest- te vaak door de vingers en eindigt in een zalig nietsdoen. “Laat maar, we zien wel” Veel plannen maar geen daden.


Toen onze eerste dochter Jip dood werd geboren, stond ik zelf lange tijd helemaal stil en zag voor het eerst de wereld als een volslagen vreemde, alsof ik van een andere planeet kwam. De gekte die ik om me heen zag, laat zich moeilijk beschrijven maar is wel van grote invloed geweest op mijn verdere doen en laten. Opeens was het gewone dagelijkse bestaan absolute waanzin geworden, het dagelijkse nieuws telde niet meer. De mensen die ik om mij heen zag leken op weg naar iets, maar wat in godsnaam? Het leek een oncontroleerbare, onzinnige maalstroom van activiteiten die nergens toe leidde. De eerste de beste cabaretier die ik op tv zag en waar ik vroeger om kon lachen, is opeens iemand geworden die heel krampachtig leuk staat te doen. Rekeningen die ik moet betalen of formulieren die ik ergens voor moet invullen zijn totaal onbelangrijk, het zijn achterlijke verzinsels van ambtelijke instanties, nutteloos en zinloos. Het leven lijkt teruggebracht tot de essentie van overleven en geluk zoeken, maar hoe en waar en met wie?


Ik heb best waardevolle herinneringen aan de periode rond de geboorte van Jip, onze voldragen dochter. Een paar dagen voor ze geboren werd, liet de placenta los van de baarmoeder waardoor onze Jip meteen ook niet meer te redden was. Door zuurstofgebrek is ze in de buik van Heleen doodgegaan. De weeën waren nog niet echt goed op gang gekomen dus moesten we daarna nog drie dagen wachten voordat ze werd geboren. Drie dagen hebben Heleen en ik samen doorgebracht in het ziekenhuis in ons eigen buurtje. Drie dagen zaten we schijnbaar op de Maan, compleet afgesloten van de echte wereld met zijn drieën en met alleen onze eigen emoties. We ontvingen geen bezoek en dat voelde erg goed. Het isolement had voor mij eeuwig mogen duren, maar na die drie dagen moest ik wel de begrafenis gaan regelen en weer de confrontatie aan met de echte wereld.

We wilden absoluut geen kraai aan ons bed, geen professionele ondernemer die de uitvaart voor je regelt. Daarvoor was ze te teer, te eigen en te veel van ons en niet van de wereld. We hebben haar lang in onze armen gehouden, het was half oktober, het was herfst, en Jip rook naar de herfst. Naar de licht schimmelende bladeren in het bos. Ze was prachtig, maar ook een dochter die niet meer hier was. Ze was in onze gedachten een sterretje aan het firmament geworden.


Na haar geboorte was mijn eerste confrontatie met de buitenwereld die met de ambtenaar van de burgerlijke stand van ons stadsdeel. Een onsterfelijke hork waar ik toen nog om kon lachen, omdat het enigszins afleidde. Het was een bijna surrealistische confrontatie van twee andere werkelijkheden. Toen ik hem vertelde dat ik mijn dochter wilde aangeven zei hij triomfantelijk: ”Dat kan dus niet want zij is doodgeboren zie ik hier in de papieren van het ziekenhuis.” Hij vond het duidelijk nodig om zijn gebrek aan normaal menselijk medeleven te compenseren met hem aangeleerde ambtelijke kennis over deze kwestie. Onhandig dacht ik nog.


“Maar ik moet haar toch aangeven bij u om een vergunning te krijgen om haar te mogen begraven?”, vroeg ik.


“Ja, maar zij heeft niet geleefd!”, was zijn repliek, hij wilde duidelijk zijn punt maken want hij zette een groot boek met de wetgeving hierover op de balie.


“Kan ik haar dan ook geen naam geven?”, vroeg ik verder.


“Nee want zij heeft niet buiten geleefd, niet buiten de baarmoeder”, gaf hij me terug.


“Ze heeft dus wel geleefd!’, probeerde ik nu.


“Volgens de wet niet!”, antwoordde hij nu stellig.


“Daar denkt de abortusbeweging en de abortuswetgeving toch wel echt anders over”, gooide ik als laatste argument in de strijd maar hij was duidelijk niet te vermurwen.


Ik heb me ten slotte maar omgedraaid met de woorden: “Bedankt dat je me gefeliciteerd hebt trouwens, dat was je nog vergeten.”


“Maar ze was toch dood meneer?”


Inderdaad denk ik, mijn pasgeboren dochter is dood maar we zijn blij met haar en ze is toch geboren.


Toch koos ik er toen wel voor een nieuwe start te maken. Ik stortte mij opnieuw, na twee jaar wat los/vast gewerkt te hebben, vol overgave en goede moed in de organisatie van een provinciaal theater. Vaak hebben we het er samen over, was is er nu eigenlijk misgegaan? Tot het moment dat we kinderen kregen, waren we succesvol en gelukkig. Ik werkte voor een groot prestigieus theater, Heleen was voorlichter van een minister. We verdienden goed, bewogen ons gemakkelijk een veelvuldig in het Amsterdamse kunstencircuit. Het was hard werken maar we hadden er lol in. Vanaf dag één waren me misschien wel niet smoorverliefd geweest, we waren wel meteen onafscheidelijk. Het leven leek een groot feest. Natuurlijk, in de periode dronk ik, maar lette erop dat ik mijn zaken goed voor elkaar had. Door mijn werk was ik ook altijd verantwoordelijk voor het protocol rond ontvangsten en voorstellingen met ministers en/of leden van het koninklijk huis. Ook zij dronken vaak en behoorlijke hoeveelheden, ook zij rookten vaak. Zij hadden het dus ook nodig. Mijn gebruik en gewoontes waren niet zo bijzonder.

(Wordt vervolgd)

39 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page